Stijgende olieprijs heeft nauwelijks gevolgen voor pomphouder

Hoewel de olieprijs langzaam stijgt, zal het merendeel van de pomphouders daar geen effecten van ondervinden. Dat stelt directeur Erik de Vries van de Nederlandse Organisatie Voor de Energiebranche (NOVE). De prijs van een vat Brentolie staat op ongeveer 55 dollar, de hoogste prijs sinds het begin van de coronacrisis. ‘’Je hebt het maar over centen verschil aan de pomp. Misschien één of twee cent.’’ 

Naast de komst van meerdere vaccins en het verwachte herstel van de economie, spelen er volgens De Vries meerdere zaken waardoor de olieprijs omhoog gaat. ‘’Saudi-Arabië heeft aangekondigd dat ze tien procent minder olie gaan produceren. Voordat dat daadwerkelijk gebeurt, heeft zo’n aankondiging direct effect. Er is wereldwijd een enorme opslag van brandstofproducten. Niet alleen van ruwe olie, maar ook kant-en-klare producten. Dat betekent dat er gespeculeerd kan worden met de prijzen die er al zijn.’’

Saudi-Arabië streeft met de lagere olieproductie naar een olieprijs van zestig dollar per vat. Mochten ze dat inderdaad voor elkaar krijgen, dan heeft dat als gevolg dat de prijs aan de pomp iets omhoog gaat. ‘’Ik denk niet dat onze branche daar voor- of nadelen van zal ondervinden. Zolang het maar niet richting de honderd dollar per vat gaat. De verwachting is ook niet dat het op korte termijn die kant op gaat. De vraag zal niet zo hard aantrekken.”

Grensstreek

Volgens De Vries zien vooral de pomphouders in de grensstreek juist dat de prijs daalt. ‘’Voor hen is het gunstiger dat de olieprijs laag is, want de consument gaat anders op zoek naar alternatieven. Omdat in het buitenland de accijnzen lager zijn, is er een grotere neiging om daar te gaan tanken.’’ Aan de andere kant zorgen de accijnzen er ook voor dat de prijs in Nederland niet zo sterk stijgt. ‘’We hebben in Nederland op benzine de hoogste accijns van heel Europa. De olieprijs heeft relatief minder effect op de pompprijs. Als de olieprijs vijf procent stijgt, is het niet zo dat de pompprijs ook met vijf procent stijgt.”

Toch denkt de directeur van de brancheorganisatie dat er veranderingen zullen plaatsvinden voor de pomphouders: ‘’De verwachting is dat thuiswerken en videobellen ook na de coronacrisis een vaste plek innemen en werknemers minder naar kantoor gaan. Dat zal wel een effect hebben. Ook op de tankstations.’’

Duurzaamheid

De Vries meent dat de pomphouders daarom op zoek moeten naar alternatieve manieren om klanten te trekken en te behouden. ‘’Een aantal bedrijven is het afgelopen jaar toch wel onder druk gezet om na te denken over de toekomst als tankstation. Vooral door bijvoorbeeld de verdergaande elektrificatie en het thuiswerken. Welke mogelijkheden zijn er op het gebied van duurzaamheid? Hoe kan je daar als tankstation op inspelen? Kan je nieuwe diensten aanbieden? Dat zullen toch wel sleutelvragen worden.’’

‘’De hoop is dat er in 2021 herstel komt. Dat wordt in alle realiteit niet in het eerste kwartaal verwacht, maar we verwachten het wel in het tweede kwartaal. Ook op het gebied van omzet. We hopen dat we de rest van het jaar echt weer op stoom komen en dat de tankstations zelf ook verder kunnen gaan met de verduurzaming. Dat ze ook een stuk van de taart pakken. In algemene zin moeten ze daar ook zeker in meegaan. De karavaan trekt echt verder”, vervolgt hij.

Cruciaal jaar

Uiteindelijk is 2021 volgens de directeur van NOVE het jaar waarin de pomphouders een nieuwe koers kunnen gaan varen. ‘’Dit is het jaar voor de tankstations om te beslissen of ze meedoen met de verduurzaming of dat ze afwachten tot het kaarsje uitbrandt. Dit jaar wordt in dat opzicht cruciaal. We laten een moeilijke periode achter ons en we kunnen met optimisme naar de toekomst kijken.”

Lees ook:

Auteur: Nico Schinkelshoek

Nico Schinkelshoek is redacteur van TankPro.nl

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.