OK mag tankstation afbreken ondanks protest Van den Belt

OK mag van de rechter een tankstation in Harlingen afbreken. De exploitant uit Staphorst ruziet al enkele maanden met perceel-eigenaar Van den Belt over de voorgenomen sloop en kreeg vorige week gelijk van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De bemande vestiging aan de Stationsweg in de Friese plaats is inmiddels ook daadwerkelijk tegen de grond gegaan.

Bij het tankstation was Oliehandel Van den Belt de verhuurder van de grond. OK huurde de grond en was tevens exploitant van de vestiging. De huurovereenkomst tussen beide partijen liep eind 2016 af en de grondeigenaar wilde het contract niet verlengen. Het bedrijf wil namelijk zelf op deze plek een onbemand station uitbaten.

OK wilde de grond wel teruggeven aan Van den Belt, maar dan in oorspronkelijke staat. Met andere woorden, zonder tankstation. Dat zag de oliehandel uit Drachten niet zitten. Het bedrijf spande in december 2016 een kort geding aan om de sloop te voorkomen. De kantonrechter stelde Van den Belt aanvankelijk in het gelijk; het station mocht niet worden gesloopt. OK was het oneens met het vonnis en ging in hoger beroep bij het Gerechtshof, waar het bedrijf wél aan het langste eind trok.

Wegbreekrecht

In het contract was namelijk een wegbreekrecht opgenomen. Dit hield in dat de huurder het station mocht afbreken, zodra de huurovereenkomst was afgelopen. Dit recht kwam in principe toe aan de oorspronkelijke huurder en tevens bouwer van het station, namelijk Q8. Toen OK de plaats innam van Q8 betekende dat niet automatisch dat het wegbreekrecht ook mee overging.

In dit specifieke geval ging het echter wel mee over, oordeelde het Hof. “De oude huurder heeft de huurovereenkomst niet beëindigd. De oorspronkelijke huurovereenkomst is met instemming van de (toenmalige) verhuurder NS Vastgoed voortgezet door de nieuwe huurder OK.” De exploitant had dus in principe het recht om de locatie af te breken.

Misbruik

Van den Belt was echter van mening dat de exploitant uit Staphorst uitsluitend het station wilde slopen om hen te benadelen. De oliehandelaar benadrukte dat het station nog jaren gebruikt kan worden en dat het bedrijf bereid is een substantiële vergoeding te betalen (70.000 euro) voor de locatie. Ook wees Van den Belt erop dat de sloopkosten veel hoger zijn dan de opbrengsten van de vrijkomende materialen. Als OK het station sloopt, kost dat ongeveer 75.000 euro, terwijl de materialen slechts zo’n 11.000 euro opleveren.

Daarnaast is het afbreken een verspilling van materialen en energie en gaat de nodige tijd verloren omdat Van den Belt een nieuw station moet realiseren. Door deze en andere argumenten vindt de verhuurder dat sprake is van een ‘wanverhouding’ tussen het belang van henzelf en dat van OK. Laatstgenoemde maakt misbruik van zijn bevoegdheid, is de redenering.

Concurrenten

OK spreekt uiteraard tegen dat sprake is van misbruik. Het bedrijf wijst op het feit dat zij en Van den Belt in het noorden van het land elkaars concurrenten zijn. Zodra de oliehandel de exploitatie van het station overneemt, worden beide bedrijven in de regio Harlingen directe concurrenten. De exploitant uit Staphorst heeft namelijk een station in Zurich, enkele kilometers verderop.

Daarom wil het Overijsselse bedrijf aan Van den Belt niet het voordeel gunnen van een voor exploitatie gereed station. Eerstgenoemde zou in dat geval meteen na de overdracht kunnen beginnen met het uitbaten van de locatie. En dat is een situatie die OK wil voorkomen.

Eigen belang

Laatstgenoemde heeft volgens de rechter met het slopen niet alleen het doel om Van den Belt te schaden. Het wil ook de eigen commerciële belangen beschermen door de concurrent geen voordeel te verschaffen. Een te respecteren belang, vindt het Hof. “Voorts komt Van den Belt met het aanbod een vergoeding voor het tankstation te betalen slechts in beperkte mate aan het belang van OK tegemoet.”

Deze vergoeding heeft volgens het Hof vooral betrekking op de restwaarde van het tankstation. Het is tijdens de zitting niet duidelijk geworden dat daarin ook een tegemoetkoming zit voor het nadeel dat de huurder lijdt doordat de verhuurder de exploitatie snel kan overnemen. “Verder is het aan OK om te bepalen of zij ervoor kiest een vergoeding van Van den Belt te aanvaarden of om substantiële sloopkosten te maken.”

Ook vindt de rechter dat de verhuurder bij aankoop van het perceel wist, of moest weten, dat de huurder bij beëindiging van de overeenkomst het station mocht afbreken. Bovendien heeft OK in augustus 2016 laten weten dat het de vestiging wilde slopen. Toen had Van den Belt al actie kunnen ondernemen, zodat na vertrek van de huurder zo snel mogelijk een ander station kon worden gerealiseerd.

Teleurgesteld

Alles bij elkaar genomen was volgens het Gerechtshof geen sprake van misbruik en heeft OK het recht om het station af te breken. De rechter verweest daarom het eerdere oordeel van de kantonrechter naar de prullenmand en stelde de Overijsselse tankstation-exploitant in het gelijk. Advocaat Auke Klomp geeft aan dat Van den Belt teleurgesteld is over de uitspraak. “De kortgedingrechter had in eerste aanleg immers wél een verbod tot sloop opgelegd.” De advocaat van OK was niet bereikbaar voor commentaar.

Het tankstation in de Friese plaats, waar nog steeds Q8 op de luifel stond, is inmiddels afgebroken. Van den Belt heeft besloten niet verder te procederen en legt zich neer bij het besluit, schrijft de Harlinger Courant. De oliehandel wil ter plekke zo snel mogelijk een nieuwe onbemande locatie realiseren. Deze moet binnen enkele maanden opengaan.

Auteur: Tom van Gurp

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.