Foto: Remco Nieuwenbroek / TankPro.nl

Fastned verliest rechtszaak; Shell-tankstation mag laadpalen plaatsen

Een tankstation van Shell langs de A1 bij Muiden heeft terecht een Wbr-vergunning gekregen van het ministerie voor het plaatsen van vier laadpalen voor elektrische auto’s. Dat heeft de Rechtbank in Amsterdam afgelopen vrijdag bepaald. De uitspraak is een flinke streep door de rekening van Fastned, dat de zaak had aangespannen. De aanbieder van laadpalen had in 2011 een verzoek ingediend om op deze locatie oplaadpunten te realiseren, maar vanwege werkzaamheden op de verzorgingsplaats werd deze vergunning destijds niet verleend.

De exploitant van een Shell-tankstation en wegrestaurant op verzorgingsplaats De Hackelaar, langs de A1 bij Muiden, vroeg in oktober 2014 een vergunning aan voor het aanleggen van vier laadpunten en het toevoegen van zeven parkeerplaatsen. Die vergunning werd door het toenmalige ministerie van Infrastructuur en Milieu verleend.

Bezwaar tegen vergunning

Fastned maakte bezwaar tegen de vergunningsverlening aan exploitant De Wegman, omdat de eigen aanvraag uit december 2011 nog in behandeling was bij de minister. Volgens Fastned is het in strijd met het doelmatig en veilig gebruik om op een verzorgingsplaats oplaadpunten van twee leveranciers toe te staan. Aangezien de laadpalenaanbieder eerder was met het aanvragen van de vergunning, had de minister de exploitant van het Shell-station geen groen licht mogen geven, vindt Fastned.

Volgens de minister was het onzeker of de vergunning voor een energielaadpunt aan Fastned kon worden verleend op deze locatie, omdat er meer gegadigden waren. Volgens haar deed Fastned een beroep op een toekomstige onzekere gebeurtenis. Hoewel de laadpalenaanbieder in hetzelfde marktsegment werkzaam is als exploitant De Wegman, gaat het niet om hetzelfde verzorgingsgebied. Daarom heeft Fastned in de ogen van de minister geen rechtstreeks bij het besluit betrokken belang. Om deze redenen heeft de minister het bezwaar van Fastned niet-ontvankelijk verklaard.

Basisvoorziening of aanvullende voorziening?

De minister heeft in het besluit een toelichting gegeven op het onderscheid tussen een energielaadpunt als basisvoorziening en als aanvullende voorziening op een verzorgingsplaats. Omdat de wens bestond te komen tot een landelijk dekkend netwerk van energielaadpunten is aan bestaande exploitanten van basisvoorzieningen op verzorgingsplaatsen, zoals een benzinestation, wegrestaurant of servicestation, de mogelijkheid geboden om als aanvullende voorziening energielaadpunten te plaatsen.

Toen bleek dat exploitanten van die bestaande basisvoorzieningen in onvoldoende mate belangstelling toonden voor het plaatsen van energielaadpunten als aanvullende voorziening, heeft de minister in december 2011 kenbaar gemaakt dat voortaan ook geïnteresseerde externe partijen – die dus niet al een basisvoorziening exploiteerden – een aanvraag konden indienen voor een energielaadpunt als basisvoorziening op een verzorgingsplaats. De minister heeft vervolgens voor deze externe partijen, waaronder Fastned, een loting georganiseerd.

Geen loting nodig

Deze loting had als doel de rangorde te bepalen waarin diegenen die voor 17 januari 2012 een aanvraag voor een energielaadpunt als basisvoorziening hadden ingediend, in aanmerking zouden komen voor een vergunning. De loting werd gehouden in de gevallen waar meerdere gegadigden waren voor dezelfde verzorgingsplaats. Voor al bestaande aanbieders van basisvoorzieningen, die ook een energielaadpunt wilden exploiteren, is geen loting nodig, aldus de minister.

Wanneer een dergelijke aanbieder voldoet aan de voorwaarden van de Wbr, wordt de vergunning verleend. Dit houdt volgens de minister dan ook in dat energielaadpunten als basisvoorziening en als aanvullende voorziening naast elkaar op dezelfde verzorgingsplaats kunnen bestaan. Met de kennisgeving is uitdrukkelijk niet bedoeld om energielaadpunten alleen nog als basisvoorziening te vergunnen en evenmin om per verzorgingsplaats onder alle omstandigheden slechts één energielaadpunt toe te staan, aldus de minister.

De stelling van de minister wordt door Fastned bestreden. Volgens de laadpaalaanbieder blijkt uit de kennisgeving van 20 december 2011, dat een energielaadpunt voortaan uitsluitend als basisvoorziening aangevraagd kan worden. Fastned stelt dus dat het met die kennisgeving onmogelijk is geworden om voor een verzorgingsplaats een energielaadpunt als aanvullende voorziening aan te vragen.

Eén laadpunt per verzorgingsplaats

Aangezien het volgens Fastned alleen nog mogelijk is om een energielaadpunt als basisvoorziening te exploiteren op een verzorgingsplaats, moest de aanvraag van De Wegman, net als die van Fastned, worden gelezen als een aanvraag voor een basisvoorziening. Omdat volgens Fastned daarnaast slechts één energielaadpunt per verzorgingsplaats is toegestaan, strijden Fastned en De Wegman om de enig te verlenen vergunning, waardoor Fastned direct en rechtstreeks belanghebbende is bij de uiteindelijke vergunningverlening aan De Wegman.

De rechtbank is van oordeel dat de minister het bezwaar van Fastned terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep dat door de aanbieder werd aangespannen, is daarom ongegrond. Het is voor Fastned nog wel mogelijk om in hoger beroep te gaan bij de Raad van State.

De volledige uitspraak is hier terug te vinden

Lees ook:

Auteur: Remco Nieuwenbroek

Remco Nieuwenbroek is de vaste journalist voor vakblad TankPro en hoofdredacteur van het TankPro Magazine.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.