Ondernemer wint juridische strijd over huurprijs van TinQ

Voormalig tankstation-ondernemer Rudi Walstra heeft een rechtszaak tegen TinQ gewonnen. De tankstationketen weigerde huur te betalen voor de grond onder een Gronings station, nadat de huurprijs was verhoogd. De kantonrechter oordeelt dat de onbemande formule wél het hogere bedrag moet overmaken. Walstra heeft de achterstallige betalingen inmiddels ontvangen.

De onenigheid over de huurprijs sleept zich al zo’n twee jaar voort en betreft de huur van de grond onder het TinQ-station aan de Helperzoom in de stad Groningen. De tankstationketen huurt de grond van Walstra, die het weer huurt van de gemeente. Het huurbedrag was tot eind 2014 twaalfduizend euro per jaar. Tot dat moment voldeden de betrokken partijen aan hun verplichtingen.

Twee jaar geleden liep het contract af. De gemeente verhoogde het te betalen bedrag van twaalf- naar ruim dertigduizend euro, dat via Walstra uiteindelijk door TinQ moest worden opgehoest. Laatstgenoemde ging daar niet mee akkoord en weigerde het bedrag over te maken. De ondernemer stapte daarom naar de rechter om alsnog betaling van de huurpenningen af te dwingen.

Precario

Centraal in deze zaak staat het begrip ‘precario’. Deze term staat genoemd in het contract tussen Walstra en TinQ en de vraag was of hiermee de huurprijs van de grond werd bedoeld. De ondernemer vond van wel, de oliemaatschappij vond van niet.

De term precario wordt namelijk ook gebruikt voor een bepaalde vorm van belasting. Als bijvoorbeeld een winkelier een reclamebord wil neerzetten op de stoep voor zijn winkel, moet hij precariobelasting betalen omdat hij iets plaatst op gemeentegrond. Echter, in de tankstationbranche wordt precario ook regelmatig gebruikt voor het aanduiden van huur die moet worden betaald aan de overheid voor gebruik van grond.

Voor de kantonrechter was niet zozeer de letterlijke betekenis van belang, maar de betekenis die de betrokken partijen aan het woord gaven toen ze de overeenkomst afsloten in 2003. Destijds was niet TinQ, maar de tankstationpoot van ANWB de partij waarmee Walstra een contract afsloot. De onbemande formule kwam pas enkele jaren later in beeld, toen het bedrijf de stations van ANWB overnam.

Getuigen

Na diverse getuigenverklaringen is het de kantonrechter duidelijk geworden dat de begrippen precario en huurpenningen door elkaar werden gebruikt. “De verklaringen van beide getuigen zijn op het punt van de betekenis van het begrip ‘precario’ eenduidig”, aldus de rechter in het vonnis. “Beiden hebben hieronder verstaan de vergoeding die betaald moest worden voor het gebruik van de gemeentegrond.”

“Door Walstra is voorts aangevoerd en met stukken uit 2009, 2011 en 2012 onderbouwd dat het begrip ‘precario’ in de motorbrandstofbranche een gebruikelijke benaming is voor een aan de overheid te betalen vergoeding voor gebruik van de grond onder een tankstation.”

“Ook het gegeven dat in de huurovereenkomst is vermeld dat precario een vergoeding is ‘excl. btw’ vormt een aanwijzing dat gedoeld wordt op een vergoeding voor het gebruik van grond. Indien er sprake zou zijn van een door de gemeente geheven belasting voor het gebruik van haar grond, zou deze toevoeging immers zonder betekenis zijn, omdat een (gemeente)belasting nooit met btw is belast.”

Niet afwijzen

Daarnaast geeft de kantonrechter aan dat door het voeren van gesprekken over de huurprijsverhoging en het “niet terstond afwijzen van de aangekondigde prijsverhoging, besloten ligt dat TinQ de verhoging van het precario per 1 januari 2015 heeft aanvaard.” Zij voegt eraan toe: “Aanvaarding kan uitdrukkelijk geschieden, maar kan ook besloten liggen in één of meer gedragingen.” Van dat laatste is in dit geval sprake, meent de rechter.

De rechtbank besloot daarom dat de tankstationketen de achterstallige huurpenningen vanaf 1 januari 2015 moet voldoen aan Walstra. Tot en met het derde kwartaal van 2016 komt dat neer op een bedrag van ruim vijftigduizend euro. Het verschuldigde huurbedrag is inmiddels overgemaakt.

Bewijzen

Dirk van den Berg is advocaat bij BarentsKrans en juridisch vertegenwoordiger van de ondernemer. Hij is tevreden met de uitspraak. “Het is een flinke klus geweest om te bewijzen dat de betrokken partijen destijds huur bedoelden, toen ze spraken over precario. De bewijslast lag namelijk bij ons. Maar het is gelukt om het aan te tonen. Daar zijn we verheugd over.” TinQ heeft niet gereageerd op de uitspraak. Of er een hoger beroep komt in deze zaak is nog niet duidelijk. De beroepstermijn loopt nog tot 8 februari 2017.

Bron foto: Google Streetview

Auteur: Tom van Gurp

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.