Geen miljoenenvergoeding voor voormalig exploitant De Lucht

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat hoeft geen miljoenenvergoeding te betalen
aan de voormalig exploitant van tankstation De Lucht. Volgens de Raad van State kan het ministerie niet verantwoordelijk gesteld worden voor de miljoenenschade die is ontstaan vanwege de verbreding van de snelweg A2 en de gevolgen daarvan voor het tankstation. De vroegere exploitant eiste in de rechtszaal een vergoeding van 8,6 miljoen euro.

De wegverbreding vond al 10 jaar geleden plaats. Het toenmalige tankstation aan de oostzijde van de A2 moest worden afgebroken. Een nieuw tankstation werd enkele tientallen meters verderop gebouwd. Met een nieuwe exploitant. Volgens de advocaat was dat de uitvoering van het beleid van Shell om kleine zelfstandige exploitanten van tankstations onder zijn naam uit de markt te drukken. Shell ging werken met franchisenemers.

Redelijke vergoeding

Met de snelwegverbreding verloor de exploitant dus ook zijn tankstation. En daarmee zijn inkomsten en een pensioenvoorziening. Shell brak het contract dat nog een looptijd had tot 2017 met hem open. Dat kostte Shell wel enkele miljoenen. In de visie van de kantonrechter die daarbij was betrokken, was dat een redelijke vergoeding. Maar dat is maar een klein deel van de schade, aldus de advocaat. Het besluit om de snelweg te verbreden en het tankstation te verplaatsen, is de oorzaak van alle ellende. Voordat dit besluit werd genomen, had de exploitant een goede onderhandelingspositie met Shell, volgens de advocaat. Zijn contract had nog een lange looptijd en hij werd ook beschermd door de Benzinewet.

Het ministerie stelt zich op het standpunt dat de exploitant al een vergoeding van Shell heeft ontvangen. “Als dit te weinig is, dan ligt dat aan de onderhandelingen die de exploitant heeft gevoerd. De Lucht kon ook geen eeuwigdurende vergunning verwachten”, aldus een woordvoerder van het ministerie. Kortom, de exploitant is bij de minister aan het verkeerde adres, omdat de schade niet aan het besluit over de wegverbreding kan worden toegerekend.

De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor zover gericht tegen het besluit van november 2017 en verklaart het beroep voor het overige ongegrond. Dat betekent dat het ministerie de vergoeding niet hoeft te betalen.

De volledige uitspraak is hier te vinden

Lees ook:

Auteur: Remco Nieuwenbroek

Remco Nieuwenbroek is de vaste journalist voor vakblad TankPro en hoofdredacteur van het TankPro Magazine.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.