BP-exploitant verliest zaak over compensatie werkzaamheden

Een pomphouder uit Schijndel krijgt geen compensatie voor misgelopen omzet door wegwerkzaamheden. Dat besloot de Raad van State onlangs in een hoger beroepszaak. Volgens het juridisch orgaan hoort de geleden schade bij het normale ondernemersrisico en hoeft de BP-exploitant niet schadeloos te worden gesteld. Het orgaan bekrachtigde daarmee eerdere uitspraken van zowel provincie als rechtbank.

In 2011 was de vestiging aan de Ericastraat gedurende tien weken slecht bereikbaar door wegwerkzaamheden aan de provinciale weg N617. Het station was alleen maar te bezoeken via de Structuurweg. De ondernemer deed een verzoek tot schadevergoeding bij de provincie, die het verzoek afwees. Daarna volgde een rechtszaak, die de Schijndelse ondernemer ook verloor.

Omzet

Deze stapte daarom in hoger beroep naar de Raad van State. Die oordeelde dat zowel provincie als de rechtbank zich terecht baseren op een advies van het bureau Eelerwoude, waarin wordt betoogd dat sprake is van normaal ondernemersrisico.

Volgens de exploitant werden in dat advies verkeerde vergelijkingen getrokken. De omzet tijdens de wegwerkzaamheden werd niet vergeleken met omzetten in dezelfde perioden van eerdere jaren. Dat had wel gemoeten, volgens de ondernemer. Ook is niet gekeken naar de literverkoop, maar naar de omzet in geld. Terwijl deze door schommelende prijzen op de wereldmarkt behoorlijk kan fluctueren, zonder dat de pomphouder meer of minder winst overhoudt.

Onderhoud

De Raad van State oordeelde echter anders. Volgens het rechtsorgaan hoort schade door wegwerkzaamheden in beginsel altijd tot het ondernemersrisico. Het mislopen van omzet is daarom iets waar een pomphouder rekening mee moet houden. Al hangt een oordeel ook af van frequentie en duur van het onderhoud, de bereikbaarheid en de grootte van de schade.

De werkzaamheden duurden tien weken, betroffen regulier onderhoud en vinden niet frequent plaats. Bovendien is geen sprake van blijvende schade en is het tankstation bereikbaar geweest tijdens het onderhoud. De omvang van de schade is 0,94 procent van de gemiddelde jaaromzet. ’Relatief gering’, zoals de Raad van State het omschrijft. Datzelfde geldt als gekeken wordt naar de verhouding tussen brutowinst en de omzet.

Schade

Ook vond het rechtsorgaan het prima dat gekozen is om jaaromzetten te vergelijken, in plaats van de lagere omzet van de onderhoudsperiode te vergelijken met omzetten uit dezelfde periodes van de jaren ervoor. Datzelfde geldt voor het besluit om niet te kijken naar de literverkoop, maar naar de totale brandstofomzet. Dat olieprijzen fluctueren heeft namelijk niets te maken met de werkzaamheden, aldus de Raad van State.

Tom van Gurp

Lees ook: Carwash-exploitant en gemeente ruziën over compensatie

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve aanbieding

Bekijk de aanbieding

Auteur: Tom van Gurp

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.