Peter Dalhuisen Dalergy Group

‘Met HVO kan je op korte termijn klappers maken’

Waterstof, laadpalen en biobrandstoffen. Het is een greep uit de producten die pomphouders kunnen aanbieden om hun steentje bij te dragen aan het behalen van de klimaatdoelen. Voor Peter Dalhuisen, directeur van de Dalergy Group, zit er een aantal veelbelovende alternatieve brandstoffen tussen. ‘’Ons type bedrijf kan het zich totaal niet veroorloven om achterover te gaan leunen en tien jaar iets te verkopen zonder daarvan af te wijken.’’

Met vijftien eigen tankstations in het midden en het oosten van het land is het bedrijf uit het Gelderse Epe een grote regionale speler. Daarnaast leveren Dalhuisen Olie en Gulf Nederland, allebei onderdeel van de Dalergy Group, brandstoffen door het hele land aan zelfstandige ondernemers. Als verkooporganisatie heeft het bedrijf daarom ook een belangrijke adviesfunctie, want pomphouders met slechts één of twee locaties hebben weinig ruimte om zelf te experimenteren met alternatieve brandstoffen.

Nauwelijks vraag naar laadpalen

Toch zijn er tot op heden nog geen laadpalen te vinden op de eigen locaties van Dalhuisen, die de merken BP en Snel Tank voeren. Volgens de directeur is de vraag daarnaar in deze regio van het land nog ‘heel laag’, maar wordt de behoefte aan laadvoorzieningen er wel steeds groter. De Dalergy Group begint daarom met experimenten op een drietal locaties: twee bemande BP’s, in Epe en in Vaassen, en een nog te bouwen, onbemande Snel Tank-locatie. Het gaat daarbij om tankstations met ieder een ander soort situering, legt Dalhuisen uit. De een zit namelijk in het dorp zelf, de ander aan de doorgaande weg buiten het dorp. De derde komt onderaan bij een op- en afrit van de A50. Uit de resultaten kunnen weer lessen voor de toekomst getrokken worden.

Dat de tankstations van Dalhuisen nog niet voorzien zijn van laadpalen, is volgens de eigenaar wel te verklaren. ‘’We geloven enorm in een multi-fuel aanpak. Veel mensen zeggen dat het allemaal op stroom overgaat, maar ook daarin zitten nog best nuances. Ik denk dat de praktijk wat weerbarstiger is. Het is de vraag hoe snel en hoe hard zich dat doorzet. Zolang je geen groene stroom gebruikt, is elektrisch rijden in mijn bescheiden optiek een heel schadelijk iets. Op dit moment is die focus op elektriciteit enorm. Dat gaan we niet keren, maar er komt wel een omslag waarbij weer andere meetmethoden komen en ook het elektrisch rijden weer eens onder de loep wordt genomen.’’

Waterstof

Desalniettemin staat het belang van elektriciteit als alternatieve brandstof voor Dalhuisen vast, maar wanneer het vormen aanneemt die ‘er echt toe doen’, weet hij simpelweg nog niet. Hetzelfde geldt voor hem overigens ook bij waterstof. ‘’Als je een tankstation hebt en je bent nog ongewis over de toekomst wat betreft de timing van waterstof, dan vind ik dat een hele stoere stap die je zet. Ik denk dat waterstof uiteindelijk wel een heel deel van de energievoorziening gaat zijn, maar ik zie de massa in de brandstof op korte termijn nog niet.’’

(De tekst gaat verder onder de afbeelding)

Traxx Diesel Dalhuisen
Dalhuisen: ‘Ik zie de massa in waterstof op korte termijn nog niet.’

In plaats daarvan ligt de focus van het bedrijf op dit moment op een biobrandstof waarmee je ‘op korte termijn klappers kan maken’ bij het behalen van de klimaatdoelen: HVO. Ook omdat de voornaamste behoefte van de klant in de regio nog niet bestaat uit waterstof en laadpalen. ‘’In de basis is het bepalend wat de klant wil en probeer dat dan te vertalen naar de bestaande infrastructuur op het tankstation. Dat is volgens mij de enige volgorde. De klant is de reden van ons bestaan als bedrijf.’’

Omdat het volgens Dalhuisen nog zo’n twintig tot dertig jaar duurt voordat het huidige wagenpark met benzine- en dieselauto’s uitgefaseerd is, blijft de verkoop van fossiele brandstoffen nog lang bestaan. Hij ontkent daarmee naar eigen zeggen de opkomst van het op stroom rijden niet, maar ziet vooral dat er een verfijning is in de bioproducten. Ook een biobrandstof als HVO levert volgens hem een zeer belangrijke bijdrage aan het behalen van de klimaatdoelen.

Geen dure installaties

HVO wordt gemaakt van afval en reststromen. HVO20, dat voor 20 procent uit HVO en 80 procent uit diesel bestaat, zou ongeveer 13 procent minder CO2 uitstoten dan de reguliere diesel. In het geval van HVO100 zou dat zelfs tot 89 procent zijn. ‘’HVO100 en HVO20 kan je eigenlijk al gelijk inzetten. Je hoeft niets te veranderen bij het tankstation en ook de pomphouder hoeft niet te switchen qua installatie. Het heeft geen grote investering nodig. Je vervangt de huidige producten door een HVO-variant. Daar zien we toekomst in. Die krijgt zeker een plek.’’

Juist het feit dat er voor het aanbieden van HVO geen dure, nieuwe installaties nodig zijn, is volgens Dalhuisen een groot voordeel. Aan de andere kant kan de bestaande infrastructuur op het tankstation er juist ook voor zorgen dat het aanbieden van HVO niet altijd mogelijk is, omdat de voorkeur bij een klein aantal tanks naar andere brandstoffen zal gaan. ‘’Ik heb ook op mijn eigen stations beperkingen door mijn infrastructuur. Heb ik een tankstation met drie tanks, dan verkoop ik daar diesel, Euro 95 en Superplus 98. Dat zijn nu natuurlijk nog de hoofdproducten. Heb ik tankstations met vier tanks, waar dus ook twee dieselstanks liggen en bijvoorbeeld een premium diesel die niet zo goed presteert, dan kan ik gaan experimenteren met een HVO. Zo hebben we ook stations met alleen maar een benzine- en een dieseltank, daar kan ik vooralsnog niks. De investeringen voor een nieuwe pomp zijn net als bij waterstof te groot.’’

Toenemende vraag

Dalhuisen ziet de vraag naar de brandstof, die het bedrijf aanbiedt onder de naam CleanFuel, toenemen. Op een van de BP-tankstations wordt het product al verkocht. ‘’Het gaat in een versnelling. We kunnen het met Gulf Nederland door het hele land leveren. Er zijn weinig concurrenten die dat ook kunnen.’’ Dalhuisen en zijn collega’s vinden het verkopen van dit soort nieuwe producten bovendien ook gewoon ‘heel leuk’, juist omdat er veel van te leren valt.

Ondanks het vergrootglas waar pomphouders soms onder liggen, is de markt volgens de directeur niet lastiger dan voorheen, maar het kan volgens hem wel eens een vermoeiend proces zijn waarbij je continu alert moet zijn. ‘’Het is niet zo dat de wereld er morgen totaal anders uitziet, maar we moeten ons wel bewust worden van het feit dat er ontwikkelingen zijn. Natuurlijk verlopen die sneller dan voorheen. Het betekent dat je heel nadrukkelijke keuzes moet maken, want er is geen eenduidige weg naar hoe de wereld er in 2030 uitziet. We bieden allerlei soorten brandstoffen aan, omdat er meerdere oplossingen zijn.’’

De ontwikkelingen maken hem niet onrustig, integendeel. ‘’Ik vind in ons bedrijf innerlijke rust op het moment dat we bezig zijn met de nieuwe processen en de bestaande niet vergeten. Die stappen moet je wel concreet durven zetten. Luister naar de klant en kijk naar de multifuel aanpak, waarbij brandstoffen als HVO op korte termijn zeer veelbelovend zijn.’’

Dit artikel is verschenen in TankPro Magazine nummer 3. Wil je hét vakblad voor de tankstationsector voortaan in de brievenbus? Sluit dan direct een abonnement af en ontvang het blad 6x per jaar.

Auteur: Nico Schinkelshoek

Nico Schinkelshoek is redacteur van TankPro.nl

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.