EU wil geen palmolie meer in Europese autotank

De Europese Raad, de Europese Commissie en het Europees Parlement hebben besloten om het gebruik van palmolie als brandstof tegen 2030 volledig stop te zetten. Vanaf 2019 mag het gebruik ervan niet verder toenemen en vanaf 2023 moet het geleidelijk afnemen. Voor andere biologische oliën, zoals raapzaadolie, mag het gebruik vanaf 2020 niet meer toenemen.

Momenteel wordt ongeveer de helft van de in Europa geïmporteerde palmolie als brandstof voor dieselwagens gebruikt. De rest wordt vooral verwerkt in voedingsmiddelen, zeep en andere cosmetische producten. De overeenkomst maakt deel uit van een ruimer akkoord over duurzaamheid, maar is wel een afzwakking van het oorspronkelijke voorstel van het Europees Parlement om de bijdrage van palmolie als brandstof al per 2021 op nul te krijgen. Ongeveer de helft van de door Europa geïmporteerde palmolie is momenteel bestemd voor biobrandstof. Verder zit het onder meer in voedingsmiddelen en cosmetica.

“Het besluit is cruciaal voor de bescherming van het regenwoud en de mensen die er leven. Hun leefomgeving wordt verwoest door grenzeloos uitbreidende palmolieplantages,” stelt Rolf Schipper, campagneleider Bossen van de Nederlandse milieuorganisatie Milieudefensie. “Eerder deze maand schreven meer dan tweehonderd leiders van gemeenschappen uit Indonesië nog een brief aan de Europese regeringsleiders. Ook zij pleitten voor een einde aan het vernietigen van hun bossen voor de Europese honger naar biobrandstof.”

Deuk in wereldvraag

Volgens Schipper is het besluit een overwinning voor miljoenen mensen in Indonesië, Maleisië, Afrika en Latijns-Amerika, die voor hun voedsel en inkomsten afhankelijk zijn van het regenwoud. “Nu worden ze vaak nog verdreven door grote palmoliebedrijven die ongevraagd hun bos kappen voor de aanleg van plantages. Het besluit van de EU betekent uiteindelijk een flinke deuk in de wereldvraag naar palmolie, waardoor bossen kunnen blijven staan. Wel is het teleurstellend dat het nog zo lang moet duren voor palmolie daadwerkelijk uit onze brandstof verdwijnt.”

“Biobrandstoffen op basis van palmolie werden ooit gezien als makkelijke oplossing voor Europese landen om te voldoen aan het Europese klimaatbeleid,” aldus Schipper. “Hoewel al snel duidelijk was dat bij rijden op palmolie-diesel drie keer zoveel CO2 vrijkomt dan bij reguliere diesel, wilden veel landen er liever niet mee stoppen. Het is goedkoop, en veel makkelijker dan het nemen van échte maatregelen om de uitstoot van het verkeer te verminderen.”

Nederland en België

De Nederlandse regering beloofde in december 2017 om zich in te zetten voor een verbod op palmolie. De publieke druk was groot: zo deden 174 wetenschappers een oproep, zetten ruim 32.000 Nederlanders hun handtekening tegen voedselgewassen in benzinetanks en voerde Milieudefensie verschillende acties. Een brede Kamermeerderheid, van VVD tot de Partij voor de Dieren, pleitte in 2017 voor een einde aan het verbranden van palmolie in de tank.

In België nam de voedingsindustrie zelf initiatieven genomen om het duurzaam gebruik palmolie te promoten. Zo richtte ze de Belgische Alliantie voor Duurzame Palmolie op. De leden engageerden zich ertoe om tegen 2015 nog enkel RSPO-gecertificeerde palmolie te gebruiken. Tegen 2020 willen ze zich nog meer duurzaamheidscriteria opleggen. Deze engagementen werden wel enkel opgenomen voor consumptiegoederen bestemd voor de Belgische markt, niet voor producten bestemd voor export. België heeft ook de New York Declaration on Forests ondertekend, die oproept om tegen 2020 een einde te stellen aan ontbossing voor landbouwproductie van onder andere palmolie.

Volgens de N-VA-kamerleden Rita Gantois en Werner Janssen, die in het Belgische parlement een eerder vrijblijvende resolutietekst neerlegden, bedreigt de productie van “niet-duurzame palmolie” het voortbestaan van heel wat diersoorten, waaronder de orang-oetan en de Sumatraanse. “Ook heersen er op die plantages vaak sociale wantoestanden en worden de rechten van de oorspronkelijke bevolking niet altijd gerespecteerd.”

François Van Hooydonck, managing director van de Belgische groep Sipef, die diverse plantages uitbaat in vooral Zuid-Oost-Azië, reageert genuanceerd. “Het gebruik van palmolie in biobrandstoffen is slechts goed voor ongeveer 5% van het wereldverbruik van palmolie. Maar is wel belangrijk in Europa, waar momenteel 46% van de importen verdwijnen in brandstoffen. Wij leveren onze palmolie ook aan de energiesector in Europa, tegen dezelfde prijzen als voor voeding. Maar we zijn ervan overtuigd dat het gebruik van palmolie voor biobrandstof een tijdelijk verschijnsel is, dat slechts een kort leven is beschoren. De EU heeft dit met haar besluit nogmaals bevestigd.

Hoger levensniveau

Van Hooydonck verwacht dat het gebruik van palmolie als brandstof zal afnemen parallel met dat van diesel, omdat sommige landen al beslisten om tegen 2030 de dieselmotor te bannen. Het Europese compromis – het voorstel van het Europees Parlement is immers afgezwakt– wordt beschouwd als een tegemoetkoming aan de palmoliesector en de kleine boeren, die nu dankzij de zachtjes stijgende vraag van de voedingssector zonder ritmestoornissen kunnen blijven oogsten. Maar met de argumenten van Milieudefensie maakt hij korte metten. “Hoe kan je nu promoten dat mensen geen ontwikkeling mogen krijgen en in het ‘bos’ moeten blijven leven, zonder een degelijke plattelandsontwikkeling die hen naar een hoger levensniveau zal tillen? Palmolie is de voornaamste bron van armoedebestrijding en stijging van de koopkracht in de afgelegen delen van Indonesië en een aantal Afrikaanse landen. De leden van RSPO, die 12% van de wereldproductie van palmolie vertegenwoordigen, hebben al lang aanvaard dat er geen extra bossen meer worden gerooid voor de palmplantage,” aldus Van Hooydonck.

Lees ook:

Auteur: Koen Mortelmans

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.