Gebruik alternatieve brandstof stagneert in Nederlands transport

Het gebruik van alternatieve brandstoffen in het Nederlandse wegtransport komt nauwelijks van de grond. Een netwerk van tankstations voor alternatieve brandstoffen is nog in prille ontwikkeling en bij lange na niet op het niveau van fossiele brandstoffen. Dat zeggen ING, verzekeraar TVM en onderzoeksbureau Panteia in een gezamenlijk opgestelde sectorstudie.

In totaal werden in Nederland begin dit jaar nog maar 900 van de 196.000 vrachtwagens aangedreven door een alternatieve brandstof. Daar worden alle brandstoffen en energiedragers toe gerekend, behalve diesel, benzine, lpg en dual fuel.

Aardgas en elektriciteit

Trucks die rijden op cng en lng zijn, gezien de gebruiksaantallen, momenteel het meest ingezette alternatief. Er rijden nu ruim vijfhonderd voertuigen op cng, wat zestig procent is van de alternatieven. Daarnaast zijn er ongeveer driehonderd (31 procent) die rijden op lng.

Vrachtvoertuigen op elektriciteit zijn er nauwelijks. In Nederland rijden nog geen zeventig van dit soort voertuigen. Slecht zes trucks rijden op waterstof en voertuigen die rijden op alcohol sluiten de rij met maar drie exemplaren. Ten opzichte van vijf jaar geleden zijn de aantallen vrachtwagen die alternatief worden aangedreven nauwelijks toegenomen. “Dit geeft aan dat er voor de Nederlandse transport- en logistieksector nog een inhaalslag te maken is op het gebied van verduurzaming.”

Tanklocaties

Transporteurs stappen niet over, omdat ze twijfelen of de alternatieve brandstoffen voor lange tijd, op voldoende tanklocaties en tegen een constante prijs te verkrijgen zijn. “Dit leidt tot een impasse: transportbedrijven investeren hierdoor nauwelijks in alternatieve brandstoffen en door de aantrekkende economie kiezen zij nu voor snelle uitbreiding van hun vervoerscapaciteit op basis van fossiele brandstoffen”, aldus de drie betrokken partijen.

Daarom is er snel meer overheidsregulering nodig om de impasse te doorbreken. Op dit moment blijft de transport- en logistieksector namelijk ver achter op de doelstelling van CO2-reductie. Om die reden is een snelle overgang naar alternatieve brandstoffen in de branche noodzakelijk.

Overheid

“Omdat ieder vervoerssegment een specifieke eigen oplossing vraagt, kan de overheid sturen en duidelijkheid scheppen door voor elk segment een keuze voor te schrijven die het beste werkt om verduurzaming te realiseren.” Zo is volgens de onderzoekers in steden het elektrisch rijden het beste alternatief. Dit omdat stedelijk vervoer schone en stille voertuigen vereist en momenteel alleen e-voertuigen aan deze kwalificaties voldoen.

“Voor het binnenlandse vervoer is biobrandstof het beste alternatief in de overgang naar elektrisch, omdat actieradius en vermogen zich nog verder moeten ontwikkelen. Daarnaast zijn voor het internationale vervoer en zwaar transport biobrandstoffen (en uiteindelijk waterstof) de beste optie, gezien de benodigde grote volumes en actieradius.”

Bijmengen biobrandstof

ING, TVM en Panteia voegen daaraan toe dat de huidige praktijk van het bijmengen van een biocomponent in fossiele brandstoffen gestopt moet worden voor vervoersstromen waarvoor nu al betere alternatieven beschikbaar zijn. “Want het verplicht bijmengen werkt het nemen van grote stappen in verduurzaming tegen, zoals het investeren in een goed netwerk aan biofuel pompstations, elektrische laadpunten en aangepaste voertuigen.”

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve aanbieding

Bekijk de aanbieding

Auteur: Tom van Gurp

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.