Kabinet: ’Diesel nog lang dominant in zwaar wegtransport’

Diesel blijft nog jarenlang leidend als brandstof voor vrachtverkeer. Andere alternatieven zijn op korte termijn niet voorhanden. Dat zegt staatssecretaris Wilma Mansveld van Infrastructuur en Milieu in een rapport over de brandstoffenmix van de toekomst. Bij personenauto’s en bestelwagens verwacht de bewindsvrouw een snellere omschakeling naar eerst gasvarianten en biobrandstoffen en uiteindelijk naar auto’s op elektriciteit en waterstof. Voor de scheepvaart wil het kabinet een omschakeling naar lng en biobrandstoffen.

Het ministerie heeft het afgelopen halfjaar gewerkt aan een visie op duurzame brandstoffen en de rol van de overheid hierin. Voor verschillende vormen van vervoer, zoals wegtransport en scheepvaart, is een toekomstvisie bepaald over hoe het gemotoriseerde verkeer de komende tientallen jaren van energie moet worden voorzien.

Brandstof

Voor het zware wegverkeer verwacht de staatssecretaris dus dat diesel nog lang leidend blijft. Daarom wil Mansveld beleid ontwikkelen dat inzet op het verhogen van de brandstofefficiency van vrachtwagens, bijvoorbeeld door lichtere voertuigen, gebruik van remenergie en een betere aërodynamica. Ook handhaving van de huidige bijmengpercentages is belangrijk.

Op termijn zal een omschakeling plaats moeten vinden naar vloeibaar aardgas (lng). Mogelijk dat in sommige gevallen ook elektriciteit en waterstof een rol spelen op de markt voor vrachtverkeer, bijvoorbeeld in stedelijke gebieden.

Energiedragers

Beide energiedragers spelen wél een overheersende rol in de toekomst van personenauto’s, als het aan het kabinet ligt. De overheid wil dat op lange termijn zoveel mogelijk auto’s op elektriciteit of waterstof rijden. Dat zijn namelijk de schoonste bronnen van energie, zowel wat betreft CO2- als fijnstof-uitstoot. Ook de productie van beide bronnen kan schoon geschieden, door opwekking via wind, zon en water.

Om een tijdige overgang te realiseren, is het volgens de overheid noodzakelijk dat tussen 2017 en 2025 de eerste waterstofvoertuigen beschikbaar komen op de Nederlandse markt. Ook moet in die periode een netwerk van waterstoftankstations worden gerealiseerd. Elektrische voertuigen zijn al volop beschikbaar en dat moet de komende jaren verder groeien.

Elektrisch

Dat een groot deel van het Nederlandse wagenpark al binnen een paar jaar elektrisch wordt aangedreven, verwacht Mansveld echter niet. Verdere verbeteringen van voertuigen met stekker zijn noodzakelijk op het gebied van actieradius, oplaadtijd en de hoeveelheid openbare laadpalen.

Daarom wordt in de tussenliggende periode ingezet op andere methoden van verduurzaming, zoals hernieuwbare gassen (bijvoorbeeld groengas). Ook de ontwikkeling van hybride voertuigen die een groter aantal kilometers op elektriciteit kunnen rijden, ziet het kabinet als een goed, tijdelijk alternatief. Totdat de transitie naar volledig elektrisch en waterstof is afgerond.

Uitstoot

De diverse veranderingen in de markt van brandstoffen en energiedragers zijn nodig om aan klimaatdoelstellingen te kunnen voldoen. In 2050 moet de totale CO2-uitstoot van het Nederlandse verkeer zestig procent lager zijn dan in 1990, in 2030 moet dat al zeventien procent lager zijn. In datzelfde jaar moeten minimaal drie miljoen personen- en bestelauto’s rondrijden die geen schadelijke stoffen uitstoten. Vijf jaar later moeten dat voor alle nieuwe personenwagens gelden. Om die doelen te kunnen halen, is verandering van huidig beleid noodzakelijk.

Onder meer door fiscale stimulering wil het kabinet deze doelen bereiken. Welke maatregelen worden genomen om tot de transitie te komen, is nog niet bekendgemaakt. Daarover komt meer duidelijkheid als in het najaar de nieuwe Autobrief van het kabinet wordt gepubliceerd.

Waterstof

Daarin staan de fiscale maatregelen die gaan gelden in de periode van 2016 tot en met 2019 en geven al een iets duidelijker beeld hoe het kabinet de verandering op de brandstofmarkt de komende jaren daadwerkelijk wil stimuleren.

Hoewel over het nieuwe beleid nog niet veel duidelijk is, geeft Mansveld wel aan dat de accijnzen op elektriciteit en waterstof worden geharmoniseerd met de brandstofheffingen. Dat dit al binnen enkele jaren gaat gebeuren is echter niet de verwachting. Beide energiedragers krijgen pas een belasting als ze de massamarkt hebben bereikt. Daar is op dit moment nog geen sprake van.

Autogas

De Vereniging Vloeibaar Gas (VVG) ziet het rapport als een goede aanzet. Al is de organisatie wel teleurgesteld dat het huidige CO2-voordeel van lpg in de visie van het kabinet onvoldoende belicht is. Het autogas kan op korte termijn al een grote bijdrage leveren aan het behalen van de klimaatdoelstellingen. Bovendien zijn geen grote investeringen in wagenpark of infrastructuur nodig. Dit in tegenstelling tot andere alternatieve brandstoffen en energiedragers.

De VVG verwacht dat in de komende jaren bio-lpg op de markt komt, gemaakt uit reststromen van de productie van vloeibare biobrandstoffen. Dit maakt autogas de komende jaren nog interessanter. Doordat Mansveld focust op elektrisch rijden en nieuwe alternatieve brandstoffen is dit aspect onvoldoende in het eindrapport tot uiting gekomen.

Tom van Gurp

Lees ook: TNO: ‘lng en cng beste optie voor verduurzaming tranport’

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve aanbieding

Bekijk de aanbieding

Auteur: Tom van Gurp

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.