Margaret, Hill, VNPI, directeur, olieraffinage

Een flexibele, innovatieve olieraffinaderij kan overleven

De olieraffinaderijen in Nederland en Europa staan onder druk door hoge prijzen en overcapaciteit. Geschat wordt dat in 2020 een kwart van de raffinaderijen is gesloten. Degene die willen overleven zullen flexibel en innovatief moeten zijn en een goede standplaats moeten hebben. En dat is precies de karakteristiek van de vijf Nederlandse olieraffinaderijen, vindt Margaret Hill, directeur van de Vereniging van de Nederlandse Petroleum Industrie (VNPI).

Het gaat niet goed met de olieraffinage in Europa. Een enorme overcapaciteit, hoge prijzen, verouderde installaties en toenemende milieu-eisen zorgen voor een flink aantal sluitingen van raffinaderijen. De sluiting van deze zogeheten “end of pipe” raffinaderijen is een trend in Europa. Begin dit jaar werden nog drie raffinaderijen van het Zwiterse Petroplus stilgelegd, waarvan een in Antwerpen.

Verlies

Verschillende onderzoeksinstituten op het gebied van de energievoorziening verwachten dat het aantal raffinaderijen in Europa uiteindelijk met zo’n 25% zal dalen. Dit houdt in er in 2020 nog ongeveer 75 overblijven. In 2005 telde Europa nog 106 raffinaderijen.

Er zijn verschillende oorzaken voor deze ontwikkeling aan te wijzen. Op de eerste plaats draaien de meeste raffinaderijen momenteel door de overcapaciteit met hele smalle marges of zelfs verlies. De vraag naar olie in Europa neemt volgens diverse prognoses verder af. Afgelopen jaar bijvoorbeeld werd er in Nederland alleen al 2,5 procent minder brandstof verkocht door zuiniger auto’s en de bijmenging van biobrandstoffen.

Daarnaast geldt in Europa ook de wet van de remmende voorsprong. In diverse Arabische en Aziatische landen worden op dit moment nieuwe en meer efficiënte raffinaderijen gebouwd. Die produceren goedkoper dan hun Europese collega’s. De Arabische olielanden willen ook liever de opgeboorde aardolie tot eindproduct te verwerken wat meer oplevert en de onafhankelijkheid vergroot.

Geen zorgen

Wat de overlevingskansen betreft hoeven we ons voor de vijf raffinaderijen op Nederlands grondgebied vooralsnog geen zorgen te maken, vindt Margaret Hill van de VNPI die raffinaderijen liever naar raffi’s afkort. “Onze raffi’s zijn de beste in hun soort en lopen voorop in innovatieve ontwikkeling.”

Bovendien is de haven Rotterdam als locatie amper te overtreffen, meent ze. “Een diepe zeehaven waar de grootste olietankers kunnen aanmeren en een prima netwerk van pijpleidingen naar het achterland van Noord-West-Europa. Als voorwaarden kun je het amper beter hebben. Het feit dat er elders in Europa raffinaderijen omvallen hoeft voor ons ook geen negatieve betekenis te hebben. Dat kan zelfs leiden tot meer mogelijkheden.”

Strenge milieu-eisen

Toch ziet Hill ook enkele beren op de weg. “De milieu-eisen in Europa worden strenger en strenger. Dat mag, maar als de Nederlandse overheid daar nog een schepje bovenop doet, komt onze concurrentiepositie in gevaar. Je moet niet vergeten dat in deze industrie direct en indirect zo’n 30.000 mensen werkzaam zijn.” Overigens is Hill geen voorstander van overheidssteun voor de sector, mocht het zover komen.

Een andere probleem dat al enige tijd gaande is en aanzienlijke vormen begint aan te nemen, is dat de olieraffinaderijen een overcapaciteit aan benzine hebben en een ondercapaciteit aan diesel. Hill: “Dat houdt in dat raffinaderijen moeten blijven investeren om een omschakeling te durven maken. Ga er maar aanstaan in deze tijden. Dan heb je nog de discussie over biobrandstoffen en de overheidssubsidies op allerhande alternatieve brandstoffen die de sector niet ten goede komen.”

Lukoil en Rosneft

Hill merkt ook een andere tendens op. Grote, Westerse oliemaatschappijen zetten meer en meer hun tankstations in de etalage, terwijl spelers uit het Oost-Europa (Lukoil, Rosneft) hun intrede doen en juist eigen tankstations gaan exploiteren. “Klopt, maar deze spelers beschikken ook over eigen olie. Ongeveer 90 procent van de olie van de Shell’s en de Esso’s van deze wereld is ingekocht. Daar ligt het verschil.”

Overigens is Hill niet ongelukkig met deze ontwikkelingen. Sterker, ze juicht de komst van de Oost-Europeanen juist toe. “Lukoil heeft al raffinagecapaciteit ingekocht in Vlissingen en we zijn met hen ook in gesprek om lid te worden van de club. Ze zijn van harte welkom.”

Fred Kramer

VNPI

De Vereniging Nederlandse Petroleum Industrie (VNPI) vertegenwoordigt negen petroleumindustriemaatschappijen in Nederland. Deze maatschappijen raffineren aardolie, brengen petroleumproducten op de markt en verkopen deze bij tankstations.

De leden van de VNPI spelen een belangrijke rol in de nationale economie. De sector omvat de opslag van ruwe aardolie, de raffinage in de vijf raffinaderijen van de leden, de opslag en het transport van aardolieproducten en de verkoop van motorbrandstoffen en andere producten in tankstations. De leden van de VNPI zijn samen verantwoordelijk voor 99% van de productie en 80% van de verkoop van aardolieproducten in Nederland.

Leden van de VNPI zijn:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve aanbieding

Bekijk de aanbieding

Auteur: Redactie

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.